Vlees – Deel 1: Kunnen we als christen alle soorten vlees eten?
Steeds meer mensen stappen over op vega(n) voeding. Wat leert de Bijbel aan de christen over het eten van vlees? Mogen we alleen rein vlees eten of ook onrein?
Steeds meer mensen stappen over op een vegetarische of volledig plantaardige voeding. Anderen houden erg van hun stukje vlees.
Wat leert de Bijbel ons over het eten van vlees? Zijn alle soorten vlees goed om te eten? Of mogen we alleen het vlees van reine dieren eten? Waarom zou je als christen ervoor kiezen om geen vlees meer te eten?

Als het gaat over het eten van vlees en de Bijbel, komt al snel het onderscheid tussen reine en onreine dieren in gedachten. Veel christenen zijn ervan overtuigd dat het verbod op het eten van onreine dieren tegenwoordig niet meer geldt. De Bijbelgedeelten die door deze mensen aangehaald worden zal ik in dit eerste deel van deze serie behandelen.
Het visioen van Petrus
In Handelingen 10 lezen we over het visioen dat Petrus kreeg op het dak van Simon de leerlooier. Er zakte een laken gevuld met allerlei dieren uit de hemel. Een stem geeft Petrus de opdracht om te slachten en te eten. Petrus weigert. 📖 Handelingen 10:15 HSV15En er kwam opnieuw, voor de tweede keer, een stem tot hem: Wat God gereinigd heeft, mag u niet voor onheilig houden! Wat betekent dit visioen? Ook Petrus begreep het niet direct. Voor hem was wel duidelijk dat het eten van onrein vlees geen optie is. Niet veel later begrijpt hij het wel, als hij Cornelius bezoekt. 📖 Handelingen 10:28 HSV28En hij zei tegen hen: U weet dat het een Joodse man niet toegestaan is om met iemand van een ander volk om te gaan of bij hem binnen te gaan; maar God heeft mij laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen.Dit alles gaat dus niet over het eten van vlees, maar het evangelie verkondigen aan mensen die tot een ander volk toebehoren. Zij zijn door God gereinigd, doordat ze zich bekeren van hun vroegere overtuigingen en zich aan God overgeven.
Ook in het volgende hoofdstuk bevestigt Petrus dit: 📖 Handelingen 11:17-18 HSV17Als God dan aan hen dezelfde gave gegeven heeft als aan ons die in de Heere Jezus Christus geloven, wie was ik dan dat ik bij machte zou zijn God tegen te houden? 18En toen zij dit hoorden, waren zij gerustgesteld, en zij verheerlijkten God en zeiden: Zo heeft God dus ook aan de heidenen de bekering gegeven die tot het leven leidt
De vergadering in Jeruzalem
Handelingen 15 geeft een verslag van de vergadering in Jeruzalem. Ook hier brengt Petrus duidelijk naar voren dat er geen onderscheid gemaakt moet worden naar de afkomst van mensen. 📖 Handelingen 15:9 HSV9en Hij heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, en heeft hun hart door het geloof gereinigd.
Tijdens die vergadering wordt ook gesproken over de leefregels waaraan gelovige heidenen zich moeten houden.📖 Handelingen 15:19-20 HSV19Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, 20maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed. Wat hierin opvalt is dat de eerste twee regels ingaan op de eerste en tweede tafel van de tien geboden; oftewel hoe je met God en hoe je met je naaste omgaat. De laatste twee regels gaan over voedselwetten, oftewel gezondheidswetten: onthoud jezelf van bloed en van vlees van dieren die niet geslacht zijn, maar, zoals de King James vertaling het in 📖 Deuteronomium 14:21 HSV21U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder. aangeeft, uit zichzelf gestorven zijn.
Voordat je vlees eet, moet je weten dat het dier gezond was. Vergelijk dit ook met 📖 Leviticus 17:15 HSV15En ieder van de ingezetenen of van de vreemdelingen die een kadaver of een verscheurd dier eet, moet zijn kleren wassen en zich met water wassen. Hij is onrein tot de avond, en daarna is hij rein.. Het eten van een dier dat gestorven is door ziekte of doordat het is aangevallen, mag je niet eten, omdat dat een risico op ziekte geeft.
Markus 7
Ook 📖 Markus 7 HSV1En bij Hem verzamelden zich de Farizeeën en sommigen van de schriftgeleerden, die uit Jeruzalem gekomen waren. 2En toen zij zagen dat sommigen van Zijn discipelen met onreine, dat is met ongewassen handen brood aten, berispten zij hen 3Want de Farizeeën en alle Joden eten niet, als zij niet eerst grondig de handen gewassen hebben, omdat zij zich houden aan de overlevering van de ouden. 4En als zij van de markt komen, eten zij niet, als zij zich niet eerst gewassen hebben. En vele andere dingen zijn er die zij aangenomen hebben om zich eraan te houden, zoals het wassen van de drinkbekers en kannen en het koperen vaatwerk en bedden. 5Daarna vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem: Waarom wandelen Uw discipelen niet volgens de overlevering van de ouden, maar eten zij het brood met ongewassen handen? 6Maar Hij antwoordde hun: Terecht heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan. 7Maar tevergeefs eren zij Mij door leringen te onderwijzen die geboden van mensen zijn 8Want terwijl u het gebod van God nalaat, houdt u zich aan de overlevering van de mensen, zoals het wassen van kannen en bekers; en veel andere dergelijke dingen doet u. 9En Hij zei tegen hen: U stelt Gods gebod op een mooie manier terzijde om u aan uw overlevering te houden! 10Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en: Wie vader of moeder vervloekt, die moet zeker sterven; 11maar u zegt: Als iemand tegen zijn vader of zijn moeder zegt: Het is korban (dat wil zeggen: een gave) wat u van mij had kunnen krijgen, is het met hem in orde 12En u laat hem niet meer toe iets voor zijn vader of zijn moeder te doen, 13en zo maakt u Gods Woord krachteloos door uw overlevering die u overgeleverd hebt; en veel van dergelijke dingen doet u. 14En toen Hij heel de menigte bij Zich geroepen had, zei Hij tegen hen: Luister allen naar Mij en begrijp het goed: 15Er is niets dat van buitenaf de mens binnengaat, dat hem kan verontreinigen; maar de dingen die van hem uitgaan, die zijn het die de mens verontreinigen. 16Als iemand oren heeft om te horen, laat hij dan horen. 17En toen Hij bij de menigte vandaan thuisgekomen was, vroegen Zijn discipelen Hem naar de gelijkenis. 18En Hij zei tegen hen: Bent ook u zo onwetend? Ziet u niet in dat alles wat van buitenaf de mens binnengaat, hem niet kan verontreinigen? 19Want het komt niet in zijn hart maar in zijn buik en gaat in de afzondering naar buiten. Zo wordt al het voedsel gereinigd. 20En Hij zei: Wat uit de mens naar buiten komt, dat verontreinigt de mens. 21Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, 22diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid; 23al deze slechte dingen komen van binnenuit en verontreinigen de mens. 24En Hij stond op en vertrok vandaar naar het gebied van Tyrus en Sidon; en toen Hij een huis binnengegaan was, wilde Hij niet dat iemand het wist, maar Hij kon niet verborgen blijven. 25Want een vrouw van wie het dochtertje een onreine geest had, hoorde van Hem, kwam en viel neer aan Zijn voeten. 26Deze vrouw nu was een Griekse, afkomstig uit Syro-Fenicië; en zij vroeg Hem de demon uit haar dochter uit te drijven. 27Maar Jezus zei tegen haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden, want het is niet behoorlijk het brood van de kinderen te nemen en naar de hondjes te werpen. 28Maar zij antwoordde en zei tegen Hem: Ja, Heere, maar de hondjes eten toch ook onder de tafel van de kruimels van de kinderen. 29En Hij zei tegen haar: Omwille van dit woord ga heen, de demon is uit uw dochter uitgegaan. 30En toen zij in haar huis kwam, merkte zij dat de demon uitgegaan was en dat haar dochter op bed lag. 31En toen Hij weer weggegaan was uit het gebied van Tyrus en Sidon, kwam Hij bij de zee van Galilea, midden door het gebied van Dekapolis. 32En ze brachten een dove bij Hem, die moeilijk sprak, en smeekten Hem dat Hij de hand op hem legde. 33En na hem uit de menigte apart genomen te hebben, stak Hij Zijn vingers in zijn oren, en na gespuwd te hebben, raakte Hij zijn tong aan. 34En terwijl Hij opkeek naar de hemel, zuchtte Hij en zei Hij tegen hem: Effatha! dat is: Word geopend! 35En meteen werden zijn oren geopend en de band van zijn tong werd los, en hij sprak goed. 36En Hij gebood hun dat zij het tegen niemand zouden zeggen; maar wat Hij hun ook gebood, zij verkondigden het des te meer. 37En zij stonden bovenmate versteld en zeiden: Hij heeft alles goedgemaakt; ook de doven doet Hij horen en Hij maakt dat zij die niet kunnen spreken, kunnen spreken. wordt aangehaald om aan te geven dat alle soorten vlees gegeten mogen worden. In de NBG-vertaling staat “en zo verklaarde Hij alle spijzen rein.” Markus 7:19. Dit lijkt een tekst die heel duidelijk zegt dat je alles mag eten, maar is dit ook zo? Als we het nader bestuderen, zit het toch anders.
Dit Schriftgedeelte is een les over wat niet voedsel, maar een mens rein en puur voor God maakt. De Farizeeërs hielden zich vast aan traditionele rituelen, zoals de speciale manier om voor een maaltijd hun handen te wassen, wat een overlevering van generatie op generatie was. Het gaat hier niet over de voedselwetten. Zowel de Farizeeërs als Jezus en Zijn discipelen waren Joden. Geen van hen dacht erover om het vlees van onreine dieren te eten.
Volgens de Farizeeërs zou het brood wat de discipelen aten, zonder rituele handenwassing, onrein worden en hen zondig maken. Jezus betwistte dit. Hij leerde dat je jezelf verontreinigt door in je hart ervoor te kiezen om dingen te denken, zeggen of doen die tegen God’s wetten ingaat.
De situatie uit Markus 7 wordt ook in 📖 Mattheus 15 beschreven. Hierin komt duidelijker naar voren dat Jezus hier niet verklaard dat het toegestaan is het vlees van onreine dieren te eten.
📖 Mattheüs 15:15-20 HSV15Petrus antwoordde en zei tegen Hem: Verklaar ons deze gelijkenis. 16Maar Jezus zei: Bent ook u nog altijd onwetend? 17Ziet u niet in dat alles wat de mond ingaat, in de buik komt en in de afzondering weer uitgescheiden wordt? 18Maar de dingen die uit de mond komen, komen voort uit het hart, en die verontreinigen de mens. 19Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen. 20Deze dingen zijn het die de mens verontreinigen; maar het eten met ongewassen handen verontreinigt de mens niet.In dit hoofdstuk wordt de zinsnede uit Markus 7:19 niet herhaald. Jezus benadrukt in Mattheus 15 dat zondige woorden die de mond uitkomen en slechte gedachten een mens verontreinigen en niet het eten van brood zonder dat de handen gewassen zijn.
Geestelijk en lichamelijk voedsel
Er zijn nog vijftal Bijbelgedeeltes in het Nieuwe Testament, waarin voeding en (on)reinheid benoemd wordt:
📖 Romeinen 14:14-21 HSV14Ik weet en ben ervan overtuigd in de Heere Jezus dat niets in zichzelf onrein is. Alleen voor hem die van mening is dat iets onrein is, voor die is het onrein. 15Maar als uw broeder om wat u eet bedroefd wordt, dan wandelt u niet meer naar de liefde. Richt door uw eten niet hem te gronde voor wie Christus gestorven is. 16Laat dan het goede dat u bezit niet gelasterd worden. 17Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest. 18Want wie Christus in deze dingen dient, is welbehaaglijk voor God en in achting bij de mensen. 19Laten wij dus najagen wat de vrede en de onderlinge opbouw bevordert 20Breek niet om wat u eet het werk van God af. Alle dingen zijn wel rein, maar het is zondig voor hem die door wat hij eet aanstoot geeft. 21Het is goed geen vlees te eten, geen wijn te drinken en niets te doen waaraan uw broeder aanstoot neemt, waarover hij struikelt of waarin hij zwak is.
📖 Hebreeën 13:9-11 HSV9Laat u niet meeslepen door veelsoortige en vreemde leringen, want het is goed dat het hart gesterkt wordt door genade, niet door voedsel; zij die het daarin zochten, hebben daar geen baat bij gevonden. 10Wij hebben een Altaar waarvan zij die in de tabernakel dienen, niet bevoegd zijn te eten. 11Want van de dieren waarvan het bloed als verzoening voor de zonde door de hogepriester het heiligdom werd binnengedragen, werden de lichamen buiten de legerplaats verbrand.
📖 Johannes 6:27 HSV27Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld.
📖 1 Korinthe 8:1-13 HSV1En wat de afgodenoffers betreft: wij weten dat wij allen kennis bezitten. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde bouwt op. 2En als iemand denkt iets te weten, dan heeft hij nog niets leren kennen zoals men behoort te kennen. 3Maar als iemand God liefheeft, is hij door Hem gekend. 4Wat dus het eten van afgodenoffers betreft: wij weten dat een afgod niets is in de wereld en dat er geen andere God is dan Eén. 5Want al zijn er ook die goden genoemd worden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde (zoals er vele goden en vele heren zijn), 6toch is er voor ons maar één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem. 7Maar niet in allen is deze kennis, want sommigen, die in hun geweten tot nu toe niet los zijn van de afgod, eten het vlees als afgodenoffer, en hun geweten, dat zwak is, wordt bevlekt. 8Voedsel nu brengt ons niet dichter bij God, want hetzij dat wij eten, wij zijn er bij God niet meer om; en hetzij dat wij niet eten, wij zijn er bij God niet minder om. 9Maar let erop dat deze vrijheid van u niet op een of andere manier een aanstoot wordt voor hen die zwak zijn. 10Want als iemand u, die deze kennis bezit, in een afgodstempel aan tafel ziet aanliggen, zal dan zijn geweten, omdat het zwak is, er niet toe aangezet worden om afgodenoffers te eten? 11En zal zo de broeder die zwak is door uw kennis verloren gaan, een broeder voor wie Christus gestorven is? 12Door zó te zondigen tegen de broeders en hen in hun geweten, dat zwak is, te treffen, zondigt u tegen Christus. 13Daarom, als het voedsel mijn broeder doet struikelen, dan zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, opdat ik mijn broeder geen oorzaak geef tot struikelen.
📖 1 Timotheüs 4:1-5 HSV1Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen, 2door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid. 3Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden. 4Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. 5Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed..
In 1 Korinthe 8 wordt niet gezegd dat het vlees dat aan een afgod geofferd is van een onrein dier afkomstig is. Er wordt gezegd dat het voedsel niet verandert door een ritueel voor een niet bestaande afgod. Heb je daar moeite mee, eet het dan niet. Maar je zou het kunnen eten, als je dat wil. Voor God maakt het niet uit. 📖 1 Korinthe 8:8 HSV8Voedsel nu brengt ons niet dichter bij God, want hetzij dat wij eten, wij zijn er bij God niet meer om; en hetzij dat wij niet eten, wij zijn er bij God niet minder om.Wat God wel belangrijk vindt, is dat je rekening houdt met elkaar en respect toont. Je moet voorkomen dat iemand zijn geloof verliest door iets wat jij doet, ook al is dat niet tegen Gods wet. De kern van de eerste drie Bijbelteksten uit het lijstje is eigenlijk hetzelfde als 1 Korinthe 8. Namelijk dat het geestelijke leven, een levende relatie met God en Jezus’ licht en liefde verspreiden prioriteit heeft boven geboden van mensen en voeding. Hiermee wordt niet aangegeven dat het goed is om vlees van onreine dieren te eten. 1 Timotheüs 4 geeft duidelijk aan om welk voedsel het gaat. Er staat:📖 1 Timotheüs 4:3 en 5 HSV3Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden. 5Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.Hieruit kunnen we opmaken dat het gaat om voedingsmiddelen waarvan in de Bijbel staat dat God het geschapen heeft als voeding voor Zijn kinderen.
Ten slotte
Na het bestuderen van al deze Bijbelteksten, kunnen we concluderen dat het Nieuwe Testament aangeeft dat het verbod op het eten van onreine dieren tegenwoordig nog steeds geldt.
In het volgende deel van deze serie over vlees kan je lezen wat de Bijbel ons leert over rein dierlijk voedsel. Het derde en tevens laatste deel zal gaan over de argumenten om als christen geen vlees of dierlijke voedingsmiddelen te eten.
Bij de gratis downloads vind je een overzicht van reine en onreine dieren. Dit document is gebaseerd op 📖 Leviticus 11 HSV1De HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron en zei tegen hen: 2Spreek tot de Israëlieten: Dit zijn de dieren die u eten mag van alle dieren die op de aarde zijn. 3Alle dieren met gespleten hoeven, waarvan de hoef in tweeën gespleten is en die bovendien bij de dieren horen die herkauwen, die mag u eten. 4Maar deze dieren mag u niet eten, van die die alleen herkauwen of alleen gespleten hoeven hebben: de kameel, want die herkauwt wel, maar heeft geen gespleten hoeven; die is voor u onrein; 5de klipdas, want die herkauwt wel, maar heeft geen gespleten hoeven; die is voor u onrein; 6de haas, want die herkauwt wel, maar heeft geen gespleten hoeven; die is voor u onrein; 7het varken, want dat heeft wel gespleten hoeven; de hoef is in tweeën gespleten, maar het herkauwt het gekauwde niet; dat is voor u onrein. 8Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein. 9Dit mag u eten van al wat in het water leeft: alles wat in het water, in de zeeën en in de beken vinnen en schubben heeft, dat mag u eten, 10maar alles wat geen vinnen of schubben heeft in de zeeën en in de beken, van alles wat in het water wemelt en van alle levende wezens die in het water leven, die zijn voor u iets afschuwelijks. 11Ja, iets afschuwelijks zijn ze voor u. Van hun vlees mag u niet eten, en hun kadavers moet u verafschuwen. 12Alles wat in het water geen vinnen en schubben heeft, is voor u iets afschuwelijks. 13En van deze vogel soorten moet u een afschuw hebben; ze mogen niet gegeten worden, ze zijn iets afschuwelijks: de arend, de lammergier, de monniksgier, 14de buizerd, elke soort kiekendief, 15elke soort raaf, 16de struisvogel, de velduil, de meeuw, elke soort valk, 17de steenuil, de visarend, de ransuil, 18de kerkuil, de kraai, de aasgier, 19de ooievaar, elke soort reiger, de hop en de vleermuis. 20Alle gevleugelde insecten die op vier poten gaan, zijn voor u iets afschuwelijks. 21Maar deze mag u wel eten van alle gevleugelde insecten die op vier poten gaan en die naast hun poten een stel springpoten hebben om daarmee over de grond te springen. 22Daarvan mag u de 23Maar alle gevleugelde insecten die vier poten hebben, zijn voor u iets afschuwelijks. 24Door deze dieren verontreinigt u uzelf. Al wie hun kadavers aanraakt, is onrein tot de avond. 25En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond. 26Alle dieren die een gespleten hoef hebben, maar waarvan de hoeven niet geheel gespleten zijn en die niet herkauwen, zijn voor u onrein. Al wie ze aanraakt, is onrein. 27Ook zijn alle zoolgangers onder al de dieren die op vier poten gaan, voor u onrein. Al wie hun kadaver aanraakt, is onrein tot de avond. 28En wie hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond; ze zijn voor u onrein. 29Van de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen, zijn deze voor u onrein: de mol, de muis, elke soort pad, 30de gekko, de varaan, de hagedis, de skink en de kameleon. 31Onder al de kruipende dieren zijn die onrein voor u. Al wie ze aanraakt als ze dood zijn, is onrein tot de avond. 32Verder is alles waarop iets van die dieren valt als ze dood zijn, onrein: elk houten voorwerp, of een kledingstuk, of een huid, of een zak – elk voorwerp waarmee werk verricht wordt. Het moet in water worden gelegd, en is onrein tot de avond. Dan zal het rein zijn. 33En elke aarden pot, waarin iets van deze dieren valt, en alles wat erin zit, is dan onrein. U moet hem stukbreken. 34Welk voedsel dan ook dat wordt gegeten, waarop water uit zo'n pot komt, is onrein; en elke drank die gedronken mag worden, in zo'n kruik, welke ook, is onrein. 35En alles waarop iets van hun kadaver valt, is onrein; de oven en de bakpan moeten stukgebroken worden. Ze zijn onrein, daarom moeten ze voor u onrein zijn. 36Een bron of put waarin water verzameld wordt, zal echter rein blijven. Maar wie hun kadaver aanraakt, is onrein. 37En wanneer iets van hun kadaver valt op welk zaaigoed dan ook dat gezaaid wordt, dan blijft dat rein. 38Maar als er water op het zaad gegoten wordt, en er valt iets van hun kadaver op, dan is dat voor u onrein. 39En wanneer een van de dieren die u tot voedsel dienen, doodgaat, is hij die zijn kadaver aanraakt, onrein tot de avond. 40Wie iets van zijn kadaver eet, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond, en wie zijn kadaver draagt, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond. 41Verder moeten alle kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen, iets afschuwelijks zijn. Ze mogen niet gegeten worden. 42Alles wat zich op de buik voortbeweegt, en alles wat op vier poten gaat, tot alles wat vele poten heeft, van alle kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen, mag u niet eten, want ze zijn iets afschuwelijks. 43U mag uzelf niet tot een afschuw maken met al die kruipende dieren die zich zo voortbewegen, en u mag zich daarmee niet verontreinigen zodat u daardoor verontreinigd wordt, 44want Ik ben de HEERE, uw God. U moet zich heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen. 45Want Ik ben de HEERE, Die u uit het land Egypte heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet heilig zijn, want Ik ben heilig. 46Dit is de wet met betrekking tot de dieren, de vogels en alle levende wezens die in het water krioelen, en alle wezens die zich op aarde voortbewegen, 47om onderscheid te maken tussen het onreine en het reine, en tussen de dieren die men eten en de dieren die men niet eten mag. en 📖 Deuteronomium 14. HSV1U bent kinderen van de HEERE, uw God. U mag uw lichaam vanwege een dode niet kerven of een kale plek maken tussen uw ogen. 2Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE heeft ú uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. 3U mag niets eten wat een gruwel is. 4Dit zijn de dieren die u eten mag: het rund, het schaap, de geit, 5het hert, de gazelle, de reebok, de steenbok, de spiesbok, de antilope en de gems. 6Alle dieren die gespleten hoeven hebben, waarvan de hoef in tweeën gespleten is, en die bovendien bij de dieren horen die herkauwen, mag u eten. 7Maar de alleen herkauwen, of die alleen gespleten hoeven hebben, mag u niet eten: de kameel, de haas en de klipdas. Zij herkauwen immers wel, maar hebben geen gespleten hoeven; zij zijn voor u onrein. 8Zo ook het varken, want dat heeft wel gespleten hoeven, maar het herkauwt niet; het is voor u onrein. Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers mag u niet aanraken. 9Dit mag u eten van alles wat in het water leeft: alles wat vinnen en schubben heeft, mag u eten. 10Maar alles wat geen vinnen en schubben heeft, mag u niet eten; het is voor u onrein. 11Alle reine vogels mag u eten. 12Maar dit zijn de vogels waarvan u niet mag eten: de arend, de lammergier, de monniksgier, 13de buizerd, de kiekendief, en elke soort wouw, 14elke soort raaf, 15de struisvogel, de velduil, de meeuw, elke soort valk, 16de steenuil, de ransuil, de kerkuil, 17de kraai, de aasgier, de visarend, 18de ooievaar, elke soort reiger, de hop en de vleermuis. 19Ook alle gevleugelde insecten zijn voor u onrein; ze mogen niet gegeten worden. 20Alle reine gevleugelde dieren mag u eten. 21U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder. 22Van heel de opbrengst van uw zaad, wat het veld jaar op jaar voortbrengt, moet u getrouw het tiende deel geven. 23Voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen om Zijn Naam daar te laten wonen, moet u de tienden van uw koren, van uw nieuwe wijn en van uw olie, en de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee eten, om de HEERE, uw God, te leren vrezen, alle dagen. 24Als de weg voor u te lang is, zodat u dat alles niet kunt meenemen, omdat de plaats die de HEERE, uw God, zal uitkiezen om Zijn Naam daar te vestigen, te ver bij u vandaan is, dan moet u, wanneer de HEERE, uw God, u gezegend heeft, 25het te gelde maken, het geld in een buidel meenemen en naar de plaats gaan die de HEERE, uw God, zal uitkiezen. 26Daar moet u dat geld besteden aan alles wat uw ziel verlangt: runderen en kleinvee, wijn en sterkedrank, ja, alles wat uw ziel maar wenst. Dan kunt u daar eten voor het aangezicht van de HEERE, uw God, en u verblijden, u en uw gezin. 27Daarbij mag u de Leviet die binnen uw poorten is, niet in de steek laten. Hij heeft immers geen aandeel of erfelijk bezit samen met u. 28Om de drie jaar moet u alle tienden van uw opbrengst van dat jaar brengen en opslaan binnen uw poorten. 29Dan kan de Leviet komen – hij heeft immers geen aandeel of erfelijk bezit samen met u – en de vreemdeling, de wees en de weduwe die binnen uw poorten zijn, en kunnen zij eten en verzadigd worden; opdat de HEERE, uw God, u zegent in al het werk dat u doet..
Veelgestelde vragen
Mogen christenen volgens het Nieuwe Testament alle dieren eten?
Nee. De teksten die vaak worden aangehaald, zoals Handelingen 10, Markus 7 en 1 Timotheüs 4, schaffen de Bijbelse voedselwetten niet af. Ze gaan over de reiniging van mensen, over menselijke tradities en over voedsel dat God als voeding heeft aangewezen.
Gaat het visioen van Petrus in Handelingen 10 over voedsel?
Nee. Petrus legt zelf uit dat het visioen niet over dieren gaat, maar over mensen. God liet hem zien dat hij gelovigen uit de heidenen niet als onrein mocht beschouwen en dat het evangelie voor alle volken bedoeld is.
Heeft Jezus in Markus 7 alle voedsel rein verklaard?
Nee. In Markus 7 bespreekt Jezus niet de Bijbelse voedselwetten, maar de menselijke traditie van rituele handenwassing. Hij leert dat een mens niet onrein wordt door eten met ongewassen handen, maar door zondige gedachten, woorden en daden.
Zijn de voedselwetten uit Leviticus 11 nog steeds van toepassing?
Ja. Het Nieuwe Testament geeft nergens aan dat Gods onderscheid tussen reine en onreine dieren is opgeheven. Daarom blijft het onderscheid uit Leviticus 11 en Deuteronomium 14 volgens deze uitleg van kracht.
Waarom noemt Handelingen 15 bloed en verstikt vlees?
De apostelen riepen gelovigen uit de heidenen op zich te onthouden van bloed en verstikt vlees. Deze richtlijnen sluiten aan bij de gezondheidswetten die God eerder had gegeven. Zie Deuteronomium 14:21 en Leviticus 17:15. Voordat je het vlees eet, moet je weten dat het dier gezond was.
Waarom kiezen sommige christenen ervoor om geen vlees te eten?
Naast het onderscheid tussen reine en onreine dieren kiezen sommige christenen ervoor om helemaal geen vlees te eten. Dit is een persoonlijke keuze die aansluit bij Bijbelse adviezen voor gezondheid.
Gerelateerde artikelen

Vlees - Deel 2: Wat is rein vlees volgens de Bijbel?
Als je, als christen, ervoor kiest om vlees te eten, welke dieren zijn dan geschikt voor consumptie? Wat is rein vlees volgens de Bijbel? Met gratis download.

Vlees - Deel 3: Waarom plantaardig eten volgens de Bijbel?
Wat leert de Bijbel ons over het eten van vlees? Waarom zou je als christen ervoor kiezen om geen vlees te eten? Wat zegt de Bijbel hierover? Bijbelse argumenten voor plantaardige voeding.

Geef je darmen rust: het belang van motiline
Hoeveel eetmomenten heb jij op een dag? In deze Welzijn Boost leg ik in 1 minuut uit waarom minder eetmomenten meer darmactiviteit oplevert. En welk effect motiline heeft op je darmen.
